De rol van de 'pennenstoot' bij de selectie van jonge duiven

Portret van Wim Hendriksen, Duivensport Expert & Fokker
Wim Hendriksen
Duivensport Expert & Fokker
Kweek & Genetica · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Je staat met een groep jonge duiven in je hand. Ze zijn gezond, eten goed en beginnen al te wennen aan het hok.

Maar hoe kies je nu de echte toppers voor je wedvluchten? Je wilt niet maandenlang investeren in een duif die later op een uurtje vliegen al opgeeft. Er is een oude, gouden regel die elke ervaren kweker gebruikt: de 'pennenstoot'.

Dit is niet zomaar een trucje; het is een venster in de toekomst van je duif. Het vertelt je iets over de spierkracht, het uithoudingsvermogen en de wil om te winnen. Als je dit eenmaal doorhebt, kijk je nooit meer op dezelfde manier naar je jonge garde.

Wat is de pennenstoot precies?

Stel je voor: je neemt een jonge duif, ongeveer vijf tot zeven weken oud, stevig in je hand. De vleugel ligt gesloten op de rug.

Nu pak je de uiteinden van de vleugelpennen vast, net boven de handpennen (de 'schachten').

Met een korte, ferm, horizontale beweging probeer je de vleugel een stukje open te duwen. Dit is de pennenstoot. Je duwt dus niet omhoog of omlaag, maar zijwaarts.

De weerstand die je voelt, is het antwoord. Een duif die direct en krachtig tegendruk geeft, is wat je zoekt.

De vleugel moet in de normale stand blijven of bijna niet wijken. Je voelt een stevige spierspanning. Een zwakke duif geeft meteen mee. De vleugel klapt open alsof er geen kracht op staat.

Sommige duiven schrikken en proberen weg te vliegen, dat is iets anders.

Je zoekt de duif die rustig blijft maar wel krachtig weerstand biedt. Dit is pure spierkracht en karakter.

Waarom dit testje essentieel is voor je wedvlucht

De pennenstoot is een directe test voor de borstspieren. Deze spieren zijn de motor van je duif. Ze moeten urenlang onafgebroken kunnen werken tijdens een zware vlucht vanuit Bourges of Limoges.

Een duif met een zwakke stoot heeft simpelweg niet de spierkracht om lang en snel te vliegen.

Hij zal sneller vermoeid raken en eerder de weg naar huis verliezen. Je bespaart jezelf een hoop teleurstellingen en onnodige kosten voor inkorven en medicijnen.

Het gaat niet alleen om spierkracht, maar ook om karakter. Een duif die fel reageert op de stoot, toont vechtlust. Die wil zich niet zomaar gewonnen geven.

Die mentaliteit heb je nodig in de wedvlucht. Tegen wind in, door de mist, met een roofvogel in de buurt: die duif moet doorzetten.

De pennenstoot filtert de 'luiwammesen' van de echte kemphanen. Je selecteert op kracht én wil.

Een duif die meteen door de knieën gaat bij de pennenstoot, kun je het beste direct aan de kant zetten voor de fok. Je wilt die genen niet verder verspreiden.

De werking in detail: wat voel je?

Om het goed te doen, moet je weten wat je voelt. Pak de duif ontspannen maar stevig.

Zorg dat de vleugel goed gesloten ligt. De stoot is een korte, krachtige beweging vanuit je pols, niet je hele arm. Je probeert de vleugel open te 'breken', waarbij je let op de bouw van de laatste pennen.

Een topduif voelt aan als een geoliede veer. Hij biedt precies genoeg weerstand om de beweging te stoppen.

Je voelt een soort van veerkrachtige spierspanning. De duif schrikt niet, hij reageert. De weerstand is het allerbelangrijkste.

Een jonge duif die pas uit het nest is, heeft nog niet de volledige spierkracht ontwikkeld. Dat is logisch. Maar je kunt wel het fundament voelen.

Zelfs bij een duif van 5 weken moet je duidelijk weerstand voelen.

Bij een duif van 7-8 weken moet de stoot bijna onmogelijk zijn. De vleugel mag niet zomaar openklappen. Als je hem met gemak open kunt duwen, is het niks. Let ook op de geluiden.

De foute reacties

Een zacht knarsend geluid van de veren is normaal. Een harde 'klap' kan duiden op een verkeerde beweging of een blessure, maar vooral de weerstand telt.

Er zijn een paar duidelijke afwijkingen die je direct moet herkennen. Ten eerste de duif die meteen met de vleugel klapt en probeert te ontsnappen. Dit is vaak paniek, geen kracht.

Ten tweede de duif die de vleugel volledig slap laat hangen. Dit is een teken van totale spierzwakte of ziekte.

Ten derde de duif die je wel weerstand geeft, maar de vleugel laat zakken in plaats van horizontaal te houden. Dit duidt op een zwakke rugspier of verkeerde houding. Al deze duiven horen niet in je selectie voor de zware fond.

De varianten: jong of ouder, en wat kost het?

De pennenstoot is het meest betrouwbaar een paar weken na het spenen van de jongen, rond de leeftijd van 6 tot 8 weken.

Dan zijn de spieren voldoende ontwikkeld maar zijn ze nog niet 'verhard' door het vliegen. Dit is ook het ideale moment om te kijken naar het voordeel van vroege jongen. Je kunt de test ook bij oudere duiven doen, maar dan voel je vooral de conditionele spierkracht.

Een oude doffer die net een weekje getraind heeft, voelt harder aan dan een jonge duif. De echte kwekers test je op hun jonge spierkracht. Zo kun je de kweekwaarde van een duif bepalen op basis van genetische aanleg. De kosten voor deze test? Nul euro.

Het is een techniek die je met je eigen handen doet. Je hebt geen dure materialen nodig.

Wel is het slim om je handen te beschermen met een simpele werkhandschoen als je met wilde duiven werkt. Een goede werkhandschoen, bijvoorbeeld van het merk Wessex of een simpel tuinierhandschoen, kost tussen de €10 en €15. Handig tegen krassen, maar het testresultaat verandert er niet door.

Vergeet niet dat de selectie op de pennenstoot slechts één onderdeel is. Een duif met een perfecte stoot maar een slappe staart of kromme tenen, is ook geen topper.

Combineer de test met het voelen van het borstbeen (scherp is goed, breed is minder) en de algehele lichaamsbouw.

Een topduif is een combinatie van factoren, waarbij ook de befaamde Kannibaal-bloedlijn vaak een cruciale rol speelt.

Praktische tips voor in de duivenren

Hieronder vind je een stappenplan om de pennenstoot direct toe te passen. Doe dit altijd met respect voor het dier.

Je wilt ze niet kwetsen, je wilt ze testen. Onthoud dat de pennenstoot een hulpmiddel is. Het is de manier om snel en effectief de top 20% van je jonge duiven te selecteren.

  • Timing is alles: Wacht tot de jonge duiven ongeveer 6 weken oud zijn. Ze zijn dan sterk genoeg om te testen, maar nog jong genoeg om te zien hoe hun basis is.
  • Controleer de vleugel: Zorg dat de vleugel goed gesloten ligt. Als de duif de vleugel al open houdt, druk je hem eerst voorzichtig dicht.
  • Gebruik de juiste techniek: Pak de uiteinden van de 2e en 3e pen vast. Duw met een korte, snelle beweging horizontaal. Stop direct als je de weerstand voelt of als de duif te veel pijn lijkt.
  • Hou een logboek bij: Geef elke duif een score. Bijvoorbeeld: 1 (zwak), 2 (gemiddeld), 3 (top). Schrijf dit op bij het ringnummer. Zo bouw je een selectie op basis van data.
  • Herhaal de test: Doe dit niet één keer, maar meerdere keren over een periode van twee weken. Een duif die één keer zwak is, kan misschien net ziek geweest zijn. Herhaling geeft zekerheid.

De duiven die door deze test komen, verdienen het om verder getraind en ingekorfd te worden.

De rest kun je beter verkopen of houden voor de sier. Zo bouw je aan een hok met sterke, fitte duiven die je geld en tijd waard zijn.

Portret van Wim Hendriksen, Duivensport Expert & Fokker
Over Wim Hendriksen

Wim is duivenhouder en wedvluchtorganisator met 25 jaar ervaring in de Nederlandse duivensport. Hij heeft duizenden kilometers wedstrijden meegemaakt en deelt zijn kennis over fokken, verzorging en sport.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Kweek & Genetica
Ga naar overzicht →