De rui bij duiven in een volière versus duiven op een hok
Stel je voor: je staat 's ochtends vroeg bij je duiven. De eerste zonnestralen komen door het raam en je ziet hoe ze zich wassen, hun veren schudden en druk bezig zijn.
Iets in hun gedrag verandert. Ze worden stiller, plukken hier en daar aan hun veren.
Het is zover: de rui begint. Dit is hét moment waar elke duivenhouder rekening mee houdt, of je nu een fanatieke wedvluchter bent of gewoon geniet van je sierduiven in de tuin. De rui is een complete reset voor de duif, een kwetsbare periode waarin ze hun oude verenjas inruilen voor een splinternieuwe. Maar hoe dat proces verloopt, verschilt enorm, afhankelijk van waar je duiven leven.
In een gesloten hok of in een ruime volière? Dat is een wereld van verschil, en het bepaalt hoe jij ze moet ondersteunen.
Wat is die rui eigenlijk?
De rui is simpelweg het vervangen van de veren. Net als je haar eens in de zoveel tijd vernieuwt, doet een duif dat met zijn veren.
Maar het is veel meer dan alleen een cosmetische ingreep. Een verenpak is essentieel voor de duif; het zorgt voor isolatie (warmte en kou), het is cruciaal voor de luchtweerstand en het gewicht tijdens de vlucht, en het is het belangrijkste wapen voor de sociale status in de groep. Een duif met een perfect verenkleed is koning. Deze cyclus wordt voornamelijk gestuurd door de daglengte.
In de zomer, als de dagen lang zijn, stoppen de duiven met broeden en beginnen ze met ruien. Ze moeten klaar zijn voor de winter, want met kapotte veren overleven ze geen vorst.
De energie die ze normaal steken in het grootbrengen van jongen, stoppen ze nu volledig in het kweken van nieuwe veren.
Dit proces kan wel 3 tot 4 maanden duren en het is veeleisend. Een duif die aan het ruien is, heeft letterlijk brandstof nodig: eiwitten om de veren op te bouwen.
De rui in een volière: natuurlijk en ruim
Stel, je duiven hebben de beschikking over een ruime volière, bijvoorbeeld een Van der Sluis-volière van 4 meter breed. Dan ruien ze over het algemeen op een veel natuurlijkere manier.
Ze hebben bewegingsvrijheid, kunnen vliegen en zitten niet op elkaars lip. De stress is vaak lager, wat de rui ten goede komt. Door de beweging blijven de spieren soepel en de algehele conditie op peil.
Zonlicht speelt ook een rol; de vitamine D3 aanmaak helpt bij de calciumopname, wat weer belangrijk is voor de verenstructuur.
Het nadeel van een volière is de blootstelling aan de elementen. Je duiven zitten niet warm en droog zoals in een hok. Ze kunnen worden overvallen door een flinke plensbui of een koude nacht. Tijdens de rui is de isolatie van hun verenpak minder, waardoor ze gevoeliger zijn voor temperatuurschommelingen.
Zorg daarom dat ze altijd de beschikking hebben over een droge, windvrije zitstok in de volière. Een goed winddicht nachthok achter de volière is eigenlijk onmisbaar, ook voor de rui.
In de volière is het zaak om vooral te letten op de vochtigheidsgraad. Te veel vocht in de lucht kan schimmel veroorzaken, wat direct invloed heeft op de luchtwegen en de veren.
De rui op het hok: controle en bescherming
Veel wedstrijdduiven zitten op een klassiek hok. Denk aan de bekende hokken van Interpij of een goed gebouwd eigen hok.
Hier is de situatie compleet anders. De duiven zijn meer op elkaar aangewezen en hebben minder bewegingsruimte.
De rui verloopt hier vaak wat meer onder druk. De duiven kunnen sneller last krijgen van stress, wat de natuurlijke rui van je duiven kan vertragen of verstoren. Een rui die stokt, zie je bij duiven die op een hok zitten sneller ontstaan door bijvoorbeeld te veel jonge duiven bij elkaar of een te krappe bezetting. Maar het grote voordeel van een hok is de controle.
Jij bepaalt het klimaat. Met een goed ventilatiesysteem zorg je voor frisse lucht zonder tocht, wat essentieel is om luchtwegproblemen te voorkomen.
Het voer is de motor
In de winter kan je de openingen wat smaller maken om de ergste kou te weren; denk hierbij aan de invloed van omgevingstemperatuur op de vorming van het verenkleed. Je kunt de rui hier sturen. Door de duiven op het hok bijvoorbeeld op tijd te koppelen en te laten broeden, kan je de rui beïnvloeden.
Sommige wedstrijdfokkers willen dat hun duiven net na de rui de marathon in gaan, anderen juist midden in de rui. Op een hok kan je dit proces veel strakker managen dan in een volière.
Ongeacht of je nu een hok of een volière hebt, zonder de juiste brandstof komt er niets terecht van een goed verenkleed.
Tijdens de rui schakel je over op rui- of sportmengelingen. Dit voer bevat meer eiwitten (tussen de 16% en 18%) dan gewoon wedstrijdvoer. Denk aan mengelingen van merken als Beyers of Versele-Laga, speciaal samengesteld voor deze periode.
Ze zitten vol met bonen en erwten die de nodige bouwstoffen leveren. Naast het droogvoer is een goede mineralenmix onmisbaar.
Supplementen: het extra duwtje
Calcium en mineralen worden direct opgenomen voor de verenopbouw. Je kunt kiezen voor een kant-en-klare mix, zoals de 'Mineral Mix' van Vanrobaeys, of een basis grit mengen met maagstenen.
Zorg dat ze dit altijd kunnen pikken. Een tekort zie je direct terug in de veren; ze worden broos of groeien scheef.
Let hierbij goed op het uiterlijk van de pennen om problemen tijdig te herkennen. Voor een duif in de volière die buiten beweegt, is de behoefte aan energie soms zelfs iets hoger dan voor een hokduif, vanwege de extra inspanning. Naast voer en mineralen zijn er supplementen die de rui ondersteunen. Dit is niet altijd nodig, maar kan wel helpen bij duiven die het zwaar hebben.
Een goed middel is 'Rui-Plus' van Pigeon Health Products of de 'Rui-olie' van Versele-Laga.
Deze oliesupplementen zitten vol met vetzuren en vitaminen die de verengroei stimuleren. Geef dit meestal maar 1 of 2 keer per week, meng het door het voer. Te veel is ook niet goed.
Sommige liefhebbers zweren bij een druppel vitamine B-complex in het drinkwater, vooral voor jonge duiven die voor het eerst ruien. Dit helpt tegen stress en ondersteunt de stofwisseling.
De kosten hiervan zijn nihil; een flesje vitamine B kost een paar euro en gaat maanden mee.
Het is een kleine investering voor een topresultaat.
Praktische tips voor een soepele rui
Een goede rui begint bij de voorbereiding. Zorg dat je duiven gezond en sterk de zomer in gaan.
Een duif die ziek is of last heeft van parasieten, kan onmogelijk een mooi verenpak kweken. Controleer dus tijdig op trillers en mijten.
Een simpele spray van Puromycin of een bad met een beetje azijn kan wonderen doen. Een schone omgeving is essentieel. Verschoon het nestmateriaal en de bodembedekking regelmatig. In een volière kan je de zitstokken het beste even schuren met een staalborstel om losse veren en uitwerpselen te verwijderen.
Probeer de duiven tijdens de rui zoveel mogelijk met rust te laten. Vermijd onnodige stressfactoren.
Dus geen onnodige verplaatsingen, geen overbodig geklier met andere duiven. Hou er rekening mee dat een duif in de rui minder presteert. Verwacht geen topprestaties op de vlucht.
De energie gaat naar de veren, niet naar de spieren. Gun ze de tijd.
Als je merkt dat een duif heel langzaam ruit of dat de veren misvormd zijn, kan dit wijzen op een onderliggend probleem.
Een duif in de rui is als een atleet in de herstelfase. Geef hem wat hij nodig heeft, en hij beloont je met een perfect pak voor het volgende seizoen.
Raadpleeg dan een duivendokter. Let ook op het water. Ververs het dagelijks, meerdere keren per dag.
Een duif die aan het ruien is, heeft veel vocht nodig om de veren te produceren. Een vieze drinkbak is een broedplaats voor bacteriën.
Tot slot: rust en regelmaat. Zorg voor een vast schema.
Voeren op vaste tijden, de lichten aan en uit op vaste tijden (als je kunstlicht gebruikt). Gezien de invloed van licht op de rui geeft dit de duiven een gevoel van veiligheid. Of ze nu in een dure volière zitten of op een simpel hok, routines zijn goud waard.
