Duiven tam maken: een stap-voor-stap methode voor beginners

Portret van Wim Hendriksen, Duivensport Expert & Fokker
Wim Hendriksen
Duivensport Expert & Fokker
Gedrag & Psychologie · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Je hebt een prachtig duifje, maar hij vliegt elke keer de kamer uit zodra je hem probeert aan te raken. Of misschien ben je net begonnen met de duivensport en wil je dat je jonge duiven straks braaf terugkomen van de wedvlucht.

Tam maken is de basis van alles. Zonder vertrouwen geen prestatie, en al zeker geen plezier. Dit is jouw handleiding, geschreven alsof ik naast je zit. We pakken het stap voor stap aan, met concrete getallen en zonder poespas.

Wat je nodig hebt voordat je start

Voordat je begint, zorg je dat de basis op orde is. Een tamme duif is een gezonde duif.

Begin dus met goed materiaal en de juiste omgeving. Je hoeft niet veel te kopen, maar wat je koopt moet kwaliteit zijn.

  • Een stabiele volière of duivenhok, minimaal 2 vierkante meter voor 2 duiven (bijvoorbeeld een Van der Sluis Startershok van €350). Zorg voor frisse lucht en geen tocht.
  • Voer: duivenkorrels van de bekende merken als Beyers of Versele-Laga, ongeveer 25-30 gram per duif per dag. Start met een klassieke mengeling zoals Beyers Original (€12 per 20 kg).
  • Minerale mix en grit, bijvoorbeeld de grit van Gritstone (€8 per 5 kg). Dit is essentieel voor spijsvertering en botsterkte.
  • Waterbak: roestvrij staal, makkelijk schoon te maken. Ververs water tweemaal daags.
  • Een veilig mandje of vangkooi (€20-€40) om de duif te vangen zonder stress.
  • Een stabiel zitstokje op ooghoogte, ongeveer 2 cm dik, gemonteerd in de huiskamer of het hok.

Verzamel deze spullen: Hou er rekening mee dat een jonge duif (jong duifje) sneller tam wordt dan een oudere wedduif. Voor wedvluchtduiven is tamheid cruciaal voor de vluchtprestatie. Zonder vertrouwen kom je niet terug.

Stap 1: Rust en vertrouwen opbouwen in het hok

De eerste stap is simpel: geef de duif tijd om te wennen. Een pas aangeschafte duif, of een jonge duif die net uit het nest is, heeft rust nodig. Druk hem niet direct.

  1. Zet het hok op een vaste plek. Kies een plek zonder constant verkeer, maar wel met daglicht. Bijvoorbeeld een hoek in de schuur of een buitenren. Zorg dat de temperatuur stabiel is, tussen 15 en 20 graden. Te koud of te warm zorgt voor stress.
  2. Laat de duif wennen aan geluiden. Spreek zachtjes tegen hem als je voer geeft. Gebruik een vaste stem, bijvoorbeeld “goed zo” of “kom maar”. Doe dit 2 tot 3 keer per dag, steeds rond dezelfde tijd. Na 3 tot 5 dagen herkent hij jouw stem.
  3. Bied voer op vaste tijden aan. Geef ’s ochtends en ’s avonds voer. Zet de bak neer, roep zacht, en blijf even op afstand. Na 5 minuten loop je weg. Herhaal dit 7 dagen lang. De duif leert dat jij de bron van voer bent.

Je bent een vriend, geen roofdier. Veelgemaakte fout: te snel willen.

Een duif die net binnen is, heeft soms 2 weken nodig om te wennen. Forceer niets; let ook op de psychologische impact van bijlichten op hun rust.

Ga niet achter hem aan met een net. Dat schrikt hem af voor maanden.

Stap 2: Handtam maken met voer als beloning

Deze stap draait om lichamelijk contact. Je leert de duif dat jouw hand veilig is.

  1. Zit naast het hok. Ga op een stoel naast het hok zitten, met een bakje voer in de hand. Gebruik speciale lokkorrels, bijvoorbeeld de Van der Sluis Training Korrels (€10 per 5 kg). Deze zijn iets kleiner en makkelijker te eten.
  2. Bied voer aan op je hand. Stop 10 tot 15 korrels in je open hand. Houd je hand plat, op ooghoogte van de duif. Blijf stil zitten. De eerste keren loopt hij misschien niet toe. Geef het tijd. Doe dit elke dag 10 minuten.
  3. Gebruik een lange lepel of stokje. Als de duif nog niet op je hand komt, gebruik dan een lepel met een steel van 30 cm. Leg korrels op de lepel en houd die stil. Na 3 tot 5 dagen stapt hij er wel op af.
  4. Voer met de hand zonder lepel. Zodra de duif regelmatig van de lepel eet, leg je de korrels rechtstreeks in je hand. Blijf rustig ademen. Als de duif pikt, niet schrikken. Dat is normaal. Blijf zitten tot hij 5 korrels heeft opgegeten.

Dit is de basis voor elke wedvluchtduif, want je moet hem straks kunnen vangen voor de mand. Tijdsindicatie: deze stap duurt 1 tot 2 weken, afhankelijk van het karakter. Een jonge duif is vaak al na 3 dagen handtam.

Een oude wedduif kan 10 dagen nodig hebben, zeker als ze gehecht zijn aan hun eigen plekje of rouwen om het verlies van een partner.

Waarom sommige duiven een voorkeur hebben voor een specifiek schapje verschilt per vogel; dit hangt vaak samen met het gedrag van doffers en duivinnen. Veelgemaakte fout: je hand te snel bewegen. Duiven zijn schuw. Een snelle beweging jaagt ze op. Blijf zo stil als een standbeeld.

Stap 3: Lichamelijk contact en oppakken

Nu de duif op je hand eet, is het tijd voor de volgende stap: zachtjes aanraken en oppakken. Dit is essentieel voor de verzorging en voor de duivensport.

  1. Streel zachtjes over de rug. Terwijl de duif eet, streel je met één vinger over de veren. Begin bij de nek en werk langzaam naar de staart. Doe dit 2 tot 3 seconden. Stop meteen als de duif schrikt.
  2. Leer de duif om op je hand te stappen. Houd je hand plat op de grond of op een tafel. Druk zachtjes tegen de borst van de duif, zodat hij moet uitwijken en op je hand stapt. Beloon direct met een korrel. Herhaal dit 5 keer per sessie.
  3. Oppakken zonder kracht. Pak de duif met beide handen: één hand om de vleugels tegen het lijf, de andere hand onder de buik. Hou hem stevig maar zacht. Druk niet te hard op de borstkas. Hou hem 10 seconden vast en zet hem terug.
  4. Oefen het vangen. Gebruik een vangkooi of mandje. Zet de deur open, lok de duif met voer erin. Sluit de deur zodra hij binnen is. Haal hem eruit, aai hem even, en zet hem terug. Doe dit 3 tot 5 keer per week.

Veelgemaakte fout: te strak vasthouden. Een duif voelt zich snel bedreigd.

Hou hem ontspannen, alsof je een baby vasthoudt. Als hij begint te spartelen, zet hem direct terug.

Stap 4: Training voor wedvlucht en vlieggedrag

Als je duif tam is, kun je beginnen met trainen voor de duivensport. Dit is waar de echte lol begint. Je leert de vogel navigeren en ontdekt waarom sommige duiven sneller binnenkomen na de lossing.

  1. Loslaten in een veilige ruimte. Begin in een afgesloten ren of tuin van minimaal 10 vierkante meter. Laat de duif ’s ochtends los als hij honger heeft. Blijf in de buurt met een bak voer. Roep zijn naam of gebruik een fluitje (bijvoorbeeld een duivenfluitje van €5). Na 5 minuten roepen komt hij meestal wel.
  2. Korte loslaten buiten. Kies een dag met weinig wind, geen regen. Laat de duif los op 100 meter afstand van huis. Loop terug naar huis en roep hem. Blijf in de buurt van het hok. Doe dit 5 tot 10 minuten. Herhaal elke dag, vergroot de afstand tot 500 meter, dan 1 kilometer.
  3. Train voor de wedvlucht. Voor jonge duiven start je met inkorven. Zet de duif in een mandje van 30x40 cm, met eten en water. Laat hem wennen aan het mandje. Na 3 dagen kun je hem meenemen voor een korte rit van 5 km. Zet hem uit en laat hem terugvliegen. Doe dit opbouwend: 5 km, 10 km, 20 km, tot 100 km voor de eerste echte wedvlucht.
  4. Gebruik een duivenmelder. Voor serieuze sport is een chipring en duivenmelder handig. Koop een starterset van Pit (€150). Scan de duif, zet hem los, en de melder registreert zijn thuiskom
Portret van Wim Hendriksen, Duivensport Expert & Fokker
Over Wim Hendriksen

Wim is duivenhouder en wedvluchtorganisator met 25 jaar ervaring in de Nederlandse duivensport. Hij heeft duizenden kilometers wedstrijden meegemaakt en deelt zijn kennis over fokken, verzorging en sport.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Gedrag & Psychologie
Ga naar overzicht →