Hoeveel rust heeft een kweekduivin nodig tussen twee legsels?
Een kweekduivin die net een legsel heeft uitgebroed, is op en top moe. Je ziet het aan haar ogen, aan haar veren en aan de manier waarop ze soms wat slomer beweegt.
Het is de verleiding groot om haar direct weer te koppelen, zeker als je die ene superwedduif wilt produceren.
Maar juist die haast is vaak de valkuil voor de fokker. Je wilt topprestaties, en die beginnen bij gezonde, vitale duiven. Rust is daarbij geen luxe, maar een must.
Denk aan je eigen lichaam na een marathon. Je kunt niet de volgende dag alweer een topprestatie leveren. Je duivin heeft net 17-18 dagen intensieve zorg gegeven: 5 dagen eieren broeden en 12-14 dagen jongen voeren. Dat vreet energie. Haar kalkvoorraden zijn op, haar spieren zijn vermoeid en haar hormoonhuishouding is op volle toeren geweest. Om sterke, gezonde jongen te fokken voor de volgende wedvlucht, moet ze eerst volledig herstellen.
De gouden rustperiode: de 3-stappen-aanpak
Er is geen magisch getal dat voor elke duif geldt, maar er zijn wel richtlijnen die werken voor 99% van de koppels.
De vuistregel is simpel: geef je duivin minimaal 10 tot 14 dagen rust na het verlaten van het jong. Dit is de basis.
We verdelen dit in drie fases om het makkelijk te maken. De eerste week na het uitvliegen van het jong is heilig. Je duivin is nog steeds aan het bijkomen. Haar lichaam moet de reserves weer aanvullen.
Fase 1: De 'kraamweek' (Dag 1 tot en met 7)
In deze week geef je haar nog geen extra taken. Ze mag vrij rondvliegen in de vluchtkooi of het duivenhok.
Zorg dat ze kan eten en drinken wanneer ze wil. Het voer in deze week is cruciaal. Geef een gemengd voer met voldoende kalk en eiwitten.
Denk aan een merk als Beyers Superstar of een mengeling met veel erwten, maïs en bonen. Je kunt hier ook een eiwitmix aan toevoegen, zoals die van Vanrobaeys, om het herstel te versnellen.
De kosten voor zo'n extraatje zijn ongeveer €15 per kilo, maar het betaalt zich terug in conditie.
Een veelgemaakte fout is om de duivin direct na 5 of 6 dagen alweer te koppelen. Je ziet misschien dat ze weer 'klaar' is voor de man, maar van binnen is ze nog leeg. De eierstokpen is nog niet hersteld. Wacht!
Na een week begint ze langzaam te herstellen. Je mag nu de trainingen weer langzaam opbouwen.
Fase 2: De opbouw (Dag 8 tot en met 14)
Laat haar in het begin niet te lang trainen. Begin met een losvlucht van 20 minuten.
Kijk hoe ze reageert. Is ze scherp? Is de verenpracht weer glanzend?
Dan is ze op de goede weg. Je kunt nu ook de voeding iets aanpassen. Blijf voor de basis zorgen met een goede wedstrijdmengeling, maar zorg dat de eierstokken weer langzaam op gang komen. Sommige fokkers geven in deze fase een specifiek kweekvoer, bijvoorbeeld van het merk De Weerd.
Dit bevat de juiste verhouding voor de eivorming. De prijs ligt rond de €18 per 20 kg.
Wacht met koppelen tot ten minste dag 12 of 14. Pas als je duivin weer een strakke, ronde buik heeft en actief is, is ze er klaar voor. Een veelgemaakte fout is om te koppelen op basis van de cyclus van de man.
De duivin moet leidend zijn. Zij moet hersteld zijn.
Fase 3: De start van het nieuwe legsel
Zodra je ze koppelt, mag de duivin direct weer beginnen met de 'kweekmodus'.
Ze zal weer nestmateriaal gaan zoeken en territoriumgedrag vertonen. Dit is het teken dat ze mentaal en fysiek klaar is. De rustperiode zit erop.
Ze heeft nu ongeveer 2 tot 3 weken rust gehad. Dit lijkt lang, maar voor de kwaliteit van de eieren en de vitaliteit van de volgende generatie is dit essentieel. Een jong geboren na een goede rustperiode heeft een betere start en is sterker voor de duivensport.
Invloeden van buitenaf: waarom 14 dagen soms 21 wordt
Nu is het niet zo dat je een wekker moet zetten op dag 14. Er zijn factoren die de rustperiode verlengen.
Ten eerste het seizoen. Zit je midden in het zware wedvluchtseizoen?
Dan is je duivin extra vermoeid. Ze heeft net een zware vlucht overleefd, en dan moet ze ook nog eens jongen grootbrengen. In dit geval is 3 weken rust geen overbodige luxe.
Je duif moet topfit zijn voor de volgende vlucht. Een vermoeide duif presteert niet.
Leeftijd speelt ook een rol. Een jonge duivin (1e jaars) die voor het eerst kweekt, is vaak sneller hersteld dan een oude doffer van 6 jaar. Maar een oude duivin heeft soms net dat beetje extra tijd nodig. Kijk dus naar je individuele dier. Is ze oud?
Geef haar dan 15 tot 17 dagen rust. Is ze jong en vitaal?
Dan mag ze na 10 tot 12 dagen weer. Verder is de temperatuur belangrijk. In de hete zomermaanden verbruikt een duif meer energie door de warmte.
Ze moet harder werken om af te koelen. In de winter, als het koud is, verbruikt ze energie om warm te blijven.
Pas de rust hierop aan. In extreme hitte of kou mag je best een paar dagen extra geven. Zorg in ieder geval dat de temperatuur in de duivenkooi stabiel is, rond de 15-18 graden Celsius is ideaal.
Haast is de vijand van goede genetica. Een duivin die rust heeft, geeft betere eieren.
De checklist: is je duivin er klaar voor?
Voordat je de duivin weer koppelt, loop je even deze lijst na. Beantwoord de vragen met 'ja'?
Dan mag je door. Twijfel je? Wacht dan nog een dag of twee.
Dit zijn de tekenen van een herstelde kweekduivin, waarbij ook de conditie van de stuitklier een belangrijke rol speelt:
- De veren: Zitten ze strak en glanzend? Een doffe vacht wijst op vermoeidheid of ziekte.
- De ogen: Zijn de ogen helder en fel? Een duif met rode ogen of een dichte uitstraling is nog niet fit.
- De buik: Voelt de buik weer stevig en rond aan, niet slap of ingevallen?
- Gedrag: Is ze actief, zoekt ze contact met de man en maakt ze het nest weer schoon?
- Ontlasting: Is de ontlasting weer vast en normaal van kleur (niet te groen of waterig)?
Veelgemaakte fouten (en hoe je ze oplost)
Veel fokkers, zeker beginners, zitten ernaast. De druk om jongen te fokken is groot.
Hier zijn de drie grootste fouten en hoe je ze makkelijk voorkomt.
Fout 1: Direct na het uitvliegen koppelen.
Dit is de klassieker. Je duif is net bevallen van het jong en je zet haar direct bij de man. Wil je toch sneller gaan? Overweeg dan voedsters inzetten voor meer jongen. Doe je dit niet, dan is het gevolg: eieren die niet bevrucht zijn, of jongen die te klein en zwak zijn.
De duivin heeft geen tijd gehad om eieren te vormen met voldoende dooier. Oplossing: Wees geduldig. Wacht die 10 tot 14 dagen.
Het maakt uitstel van een week vaak goed met sterkere nakomelingen. Fout 2: Te veel trainen tijdens de rust.
Je denkt dat je duif weer moet trainen om fit te worden, maar je duwt haar daarmee juist dieper de put in. Na een zware vlucht en kweek, is de spiermassa verbruikt. Vergeet ook het belang van rust en duisternis niet. Oplossing: Blijf rustig. Eerst goed voeren, dan pas bewegen.
Laat haar de eerste week na het kweken vooral vrij bewegen. Pas vanaf week 2 bouw je de training op van 15 minuten naar 30 minuten.
Fout 3: Slecht voer geven.
Je geeft nog steeds hetzelfde voer als tijdens de vluchten. Wedstrijdvoer is vaak lichter en minder rijk aan eiwitten en kalk. Een kweekduivin heeft zwaarder voer nodig. Oplossing: Schaf een aparte kweekmengeling aan.
Een zak van 20 kg kost ongeveer €18 tot €25. Voeg 2x per week een theelepel kalkpoeder (krijt) toe per liter water. Dit helpt bij de eierschaal.
Conclusie: De kracht van het wachten
U
