Stappenplan voor het ringen van je eerste jonge duif
Eerst even een bak koffie pakken en ontspannen. Je staat op het punt om je allereerste jonge duif te ringen.
Dit is hét moment dat de officiële band met je duif begint, de start van zijn of haar carrière in de duivensport. Je hebt waarschijnlijk al een kweekkoppeltje zitten, de eitjes liggen te broeden en de spanning stijgt.
Ringen lijkt misschien ingewikkeld, maar het is een fluitje van een cent als je weet hoe het moet. Het is een technisch klusje, maar ook een emotioneel moment. Je geeft je duifje een identiteit. Dus, adem in, uit, en laten we beginnen. We gaan je duifje ringen, stap voor stap.
Wat je nodig hebt: je ring-materiaal
Voordat je aan tafel gaat zitten, zorg je dat alles klaarligt. Niets is vervelender dan midden in de operatie je tang kwijt te zijn.
Voor het ringen van jonge duiven uit de sport- en vlieglijn (niet postduiven, die hebben andere ringen) heb je een specifieke set nodig. Zorg dat je dit bij de hand hebt: Neem even de tijd om je tang te bekijken.
- De juiste ringen: Koop altijd de ringen die voor het huidige kalenderjaar zijn vrijgegeven door de afdeling of bond. Een losse ring kost ongeveer €1,50 tot €2,00 per stuk. Je kunt ze kopen bij je favoriete duivenspeciaalzaak of via de afdeling. Let op: er zijn verschillende maten. Voor de meeste sportduiven (zoals de Nationale of Midfond) gebruik je maat 8. Voor zwaardere rassen of grotere duiven (zoals een Antwerps) heb je soms maat 9 nodig. Twijfel je? Vraag het je duivenmaatje of kijk welke ringen je eigen kweekduiven dragen.
- Een ringentang: Dit is het belangrijkste stuk gereedschap. Koop een degelijke tang, niet die goedkope variant van €5,- die je soms ziet. Een goede ringentang van bijvoorbeeld het merk Van Drimmelen of een universele kost tussen de €15 en €25. Zorg dat de tang goed werkt en de ring niet beschadigt.
- De ringenhouder of ringenbak: Een bakje met een stukje schuimrubber of een speciale ringenhouder om de ringen in te leggen. Zo vallen ze niet om en blijven ze schoon.
- Jeugdring (optioneel): Als je meedoet aan speciale jeugdvluchten of selecties, heb je soms een extra jeugdring nodig. Dit is een kleinere ring die voor de gewone ring om de poot gaat. Vraag na bij je vereniging of dit nodig is.
- Pen en papier (of een app): Om direct de ringnummers te noteren. Doe dit meteen! De ringnummers zijn je basisadministratie.
Zit het scharnier soepel? Goed. Als je een oud model hebt, smeer dan even een drupje olie op de scharnierpunten.
Je wilt geen haperingen.
De gouden timing: wanneer ring je?
Dit is cruciaal. Pak je het duifje te vroeg, dan is het te klein en glijdt de ring er zo weer af. Zorg dat je weet hoe je een duivenring afleest voordat je begint.
Pak je het te laat, dan zit de poot te strak en loop je risico op beschadigingen. De ideale leeftijd is tussen de 5 en 9 dagen na het uitkomen.
De meeste fokkers ringen rond dag 7. Waarom dag 7? Omdat de poot dan net groot genoeg is, maar het duifje nog niet echt gaat protesteren. Zeker tijdens de eerste week met je nieuwe duiven is een jong nog heel rustig en laat het alles gebeuren.
Een duifje van 10 dagen of ouder begint te spartelen en te bijten, wat het werk onnodig moeilijk maakt.
Je kunt het vergelijken met een baby: die laat je ook rustig slapen terwijl je hem zijn eerste sokjes aantrekt. Doe het dus rustig en op een moment dat het beestje relaxed is. Het beste moment op de dag?
Tussen de voedingen door. Als de ouders net gevoerd hebben en de kleintjes vol zitten, liggen ze te dutten.
Of wacht tot de ouders even uit het nest zijn (als je ze los hebt of in de volière hebt).
Een leeg nest geeft je de ruimte om rustig te werken. Zorg dat je niet gestoord wordt. Zet je telefoon op stil en zorg dat je 10 minuten ongestoord door kunt werken.
Stappenplan: ringen maar!
Zet je leesbril op, pak je tang en de ringen. We gaan het doen.
- Voorbereiding van de ring: Pak een ring uit je bakje. Kijk even goed of hij schoon is en geen beschadigingen heeft. Open je tang en schuif de ring over de twee pootjes van de tang heen. De ring moet strak om het "mondje" van de tang zitten, zodat hij niet zomaar afglijdt. Je kunt de ring een klein beetje indrukken om hem wat ronder te maken, maar forceer niets. De ring moet makkelijk open en dicht kunnen.
- Het duifje uit het nest pakken: Draai je stoel zó dat je het nest makkelijk kunt bereiken. Pak het duifje voorzichtig uit het nest. Houd het duifje in één hand. Je duim en wijsvinger moeten de pootjes vasthouden. De rest van je hand vormt een soort kommetje om het lijfje. Zo voelt het duifje zich veilig en beperk je de bewegingsruimte.
- De juiste poot: Kijk naar de pootjes. We ringen de rechterpoot. Waarom? Omdat dit de standaard is bij bijna alle sportduiven. Zo kunnen scheidsrechters en liefhebbers snel zien dat het om een geringde duif gaat. Zorg dat je weet welke poot rechts is. Als je twijfelt: de poot die verder van je af zit, is vaak de rechterpoot als je de duif met de kop naar voren houdt.
- De poot voorbereiden: Houd de rechterpoot stevig, maar zachtjes vast tussen duim en wijsvinger. Druk voorzichtig de tenen plat zodat je de ring er makkelijk overheen kunt schuiven. De huid en de pezen in de poot moeten ontspannen zijn. Als het duifje spartelt, stop even, streel over de rug en kalmeer het beestje.
- De ring overheen schuiven: Dit is het kritieke moment. Schuif de ring met de tang over de tenen. De tenen moeten allemaal door het ringetje. De ring moet over het dikste deel van de voet (de "enkel") heen. Dit gaat soms een beetje stroef. Gebruik je duim van de hand waarmee je het duifje vasthoudt om de ring verder te duwen. De tang mag je nu loslaten. De ring zit om de poot, maar zit nog los.
- Positioneren van de ring: Schuif de ring nu verder naar boven, richting de knie (het gewricht). De ring moet zitten net boven de tenen, maar niet té strak tegen de knie aan. Er moet een klein stukje poot zichtbaar zijn tussen de ring en het lichaam. Je moet er met een vingernagel nog net onder kunnen. Gebruik de tang niet om de ring te verplaatsen; dat beschadigt het aluminium. Gebruik je vingers. Druk zachtjes op de ring om hem wat ovaler te maken als dat nodig is om hem goed te positioneren.
- De ring sluiten (de krimp): Als de ring goed zit, pak je de tang weer. Je sluit de ring door de tang voorzichtig dicht te knijpen. Je voelt weerstand. Blijf rustig door knijpen tot de ring gesloten is en de uiteinden netjes op elkaar zitten. Druk niet te hard, dan maak je de ring te smal en knelt hij de poot af. Druk ook niet te zacht, dan zit hij los en kan hij eraf glijden. Het is een kwestie van gevoel. De ring moet vastzitten, maar de poot mag niet worden afgekneld. Je kunt de ring na het sluiten even controleren: kun je er met een pincet of nagel nog tussenkomen? Dan is hij te los. Zit hij strak om de poot, maar kun je de huid er nog onder bewegen? Dan is het goed.
- Noteren en controleren: Leg het duifje even in een apart doosje of terug in het nest. Pak je notitieboekje of telefoon en schrijf het ringnummer over. Voeg meteen de geboortedatum toe. Controleer of het echt de rechterpoot is. Doe dit nu, want over 20 minuten ben je het vergeten.
Volg deze stappen nauwkeurig op. Haastige spoed is zelden goed.
Gefeliciteerd! Je hebt je eerste duifje geringd. Herhaal dit proces voor alle andere jongen in het nest. Neem pauze als je merkt dat je onrustig wordt of als de duifjes gestrest raken, want rust is essentieel om te voorkomen dat je duiven wegvliegen.
Veelgemaakte fouten (en hoe je ze voorkomt)
Ook ervaren fokmers maken weleens een fout
