Waarom de gemeente Rotterdam kiest voor duiventillen als populatiebeheer

Portret van Wim Hendriksen, Duivensport Expert & Fokker
Wim Hendriksen
Duivensport Expert & Fokker
Duiven in de Samenleving & Overlast · 2026-02-15 · 5 min leestijd

Stel je voor: je loopt door Rotterdam-Zuid en ziet ze vliegen. Die prachtige postduiven, met het zonlicht op hun vleugels. Prachtig, toch?

Maar soms zie je ze ook in parken, op daken of bij een voedselbank. Dan gaat het gesprek al snel over overlast. Poep op het terras, overlast voor de bewoners. De gemeente Rotterdam heeft een oplossing die al eeuwenoud is en super effectief: duiventillen.

Het klinkt misschien ouderwets, maar het is de beste manier om de duivenpopulatie onder controle te houden. Geven ze duiven dan een nieuw huis?

Ja, en wel op een manier die goed is voor mens en dier.

Laten we het erover hebben.

Waarom een duiventil eigenlijk?

Een duiventil is eigenlijk een flat voor duiven. Een mooi, groot hok met aparte broedplaatsen waar ze hun eieren kunnen leggen en hun jongen grootbrengen.

De gemeente boukt deze op strategische plekken in de stad, meestal op daken van gemeentelijke gebouwen of in parken. Het is niet zomaar een hok; het is een plek waar duiven hun eigen ritme kunnen volgen. Waarom is dit zo belangrijk? Simpel.

Als je de duiven een vaste plek geeft, hou je de populatie stabiel.

Ze weten waar ze veilig zijn. Dit voorkomt dat ze overal in de stad nestelen, zoals in schoorstenen of onder dakranden. Dat scheelt een boel overlast. Bovendien is het een diervriendelijke manier van populatiebeheer.

Je vangt ze niet weg, je geeft ze een thuis. Dat voelt voor iedereen goed.

Denk even aan de getallen. In Rotterdam gaat het om een populatie van een paar duizend duiven. Zonder beheer groeit dit aantal explosief.

Een duif legt namelijk makkelijk 4 tot 6 legsels per jaar. Tel dat maar eens op.

Door de til te beheren, hou je de groei onder controle. Je voorkomt dat er te veel duiven op een te kleine plek komen te zitten. Dat is beter voor de duiven zelf, want ze hebben dan minder concurrentie om voer en rust.

Hoe werkt dat, dat beheer?

Het begint met het bouwen van een goede til. De gemeente Rotterdam kiest voor stevige materialen.

Denk aan een aluminium frame met een zinken of stalen dak. Zo'n til is makkelijk schoon te houden.

Binnenin vind je broedbakken. Dat zijn kleine hokjes waar een duif veilig kan broeden. De grootte is belangrijk: ongeveer 40 cm diep en 40 cm breed.

Zo passen er makkelijk twee duiven in, met ruimte voor de eieren. De volgende stap is het inrichten van de til. Houd hierbij rekening met de regels voor het houden van sierduiven in een woonwijk. De liefhebber zorgt zelf voor voldoende voer en vers water.

Ze gebruiken vaak speciale duivenkorrels, een mix van maïs, erwten en bonen.

Dit zorgt voor een evenwichtige voeding. De til is zo gebouwd dat de duiven makkelijk in- en uitvliegen, maar dat roofdieren zoals katten of ratten niet naar binnen kunnen.

Meestal zit de opening op minimaal 3 meter hoogte. Het echte werk begint als de eerste duiven hun intrek nemen. De gemeente of een vrijwilliger houdt bij hoeveel duiven er zijn.

Ze kijken naar het aantal broedparen. Om duivenoverlast in Amsterdam te beperken, worden er bij te veel jongen maatregelen genomen.

Soms worden eieren vervangen door nep-eieren. De duiven broden dan door, maar er komen geen nieuwe jongen bij. Dit is een zachte manier van beheer.

Het voorkomt dat de populatie te groot wordt. Een ander onderdeel is de controle op ziektes.

Een goede til is makkelijk schoon te maken. De gemeente maakt de vloer regelmatig schoon met een speciaal middel tegen parasieten.

Dit voorkomt dat de duiven ziek worden. Een gezonde duif is een tevreden duif. En een tevreden duif zorgt voor minder overlast in de rest van de stad.

Soorten tillen en kosten

Er zijn verschillende soorten duiventillen. De gemeente Rotterdam kiest vaak voor de klassieke houten of aluminium variant.

Een simpel model, geschikt voor 20 tot 30 duiven, kost ongeveer €1.200 tot €1.500. Dit is inclusief materiaal en plaatsing.

Wil je een grotere til, bijvoorbeeld voor een wijk met veel duiven? Dan kies je voor een model met meer broedplaatsen. Een til voor 50 tot 80 duiven kost tussen de €2.000 en €3.000. Deze modellen zijn vaak van aluminium en hebben een langere levensduur.

Ze zijn bestand tegen het Nederlandse weer. Er zijn ook luxe uitvoeringen.

Denk aan een til met een aparte ruimte voor de verzorger. Deze zijn gemaakt van Douglas hout en kosten al gauw €3.500 tot €4.500. Deze zie je vaker bij particuliere liefhebbers, maar soms ook bij gemeenten die extra in de uitstraling willen investeren.

De gemeente Rotterdam kiest meestal voor de praktische en duurzame aluminium modellen. Naast de aanschaf zijn er natuurlijk de kosten voor voer en onderhoud.

Reken op ongeveer €50 per maand voor voer voor 30 duiven. Onderhoud aan de til zelf kost eens in de paar jaar wat geld, afhankelijk van het materiaal.

Hout moet om de 5 jaar worden geschilderd, aluminium gaat veel langer mee.

Praktische tips voor de omgeving

Een duiventil is een aanwinst voor de wijk, maar vraagt ook wat van de omgeving. Als bewoner kun je helpen.

Zorg dat er geen losse voedselbronnen zijn, zoals afval of etensresten op straat. Dit trekt duiven aan buiten de til. De til is de plek waar ze moeten eten.

Vind je de duiven soms lastig? Praat met de gemeente.

Rotterdam heeft een speciale afdeling voor dierenbeheer. Zij kunnen advies geven. Soms helpen simpele maatregelen, zoals de beste vogelwering voor een dakterras of duivenpinnen op een dakrand. Dit voorkomt dat ze op die plek gaan zitten.

Maar onthoud: de til is de oplossing, niet de straf. Als je zelf overweegt om een duiventil te plaatsen, kijk dan eerst naar de regels van de gemeente.

Rotterdam heeft een vergunning nodig voor een til groter dan 10 m². Meet goed de ruimte en bespreek het met de buren. Een goede buur is beter dan een verre duif, maar een tevreden duif in een til is nog beter.

Tot slot, geniet ervan. Kijk naar de duiven die af en aan vliegen.

Zie hoe ze hun jongen voeren. Het is een prachtig schouwspel. Met een goede til draag je bij aan een evenwichtige stad.

Een stad waar ruimte is voor mens en dier. En dat is precies wat Rotterdam wil. Een stad met hart voor dier en mens.

Portret van Wim Hendriksen, Duivensport Expert & Fokker
Over Wim Hendriksen

Wim is duivenhouder en wedvluchtorganisator met 25 jaar ervaring in de Nederlandse duivensport. Hij heeft duizenden kilometers wedstrijden meegemaakt en deelt zijn kennis over fokken, verzorging en sport.