Zuid-Duitse Schildduiven: fokken op kleurdiepte
Stel je voor: je hebt een prachtige duivenvlucht achter de rug. Je beste wedstrijdduif komt moe maar voldaan thuis.
Je tilt hem op, voelt de kracht in zijn lichaam en je blik valt op zijn verenkleed.
Het is niet zomaar een kleur. Het is een diep, rijk schild, een waar kunstwerk op zijn rug. Dit is de essentie van de Zuid-Duitse Schildduif.
Het is een ras dat draait om kleur, precisie en een stukje Duitse grondigheid. Veel duivenliefhebbers die starten met sierduiven of juist overstappen vanuit de sportduiven, ontdekken dit ras en worden direct verliefd.
Ze zoeken diepte, die ene tint donkerder, die perfecte aftekening. In deze gids neem ik je mee in de wereld van het fokken op kleurdiepte. We gaan het hebben over wat het precies is, hoe je het bereikt en wat je ervoor nodig hebt. Want met de juiste kennis en een scherp oog, kun jij ook die perfecte, diep gekleurde duiven fokken die de show stelen.
Wat is kleurdiepte eigenlijk?
Kleurdiepte is meer dan alleen maar 'donker'. Het is de intensiteit en de kwaliteit van de kleur in de veren.
Bij een Zuid-Duitse Schildduif zie je dat het meest duidelijk op het schoudergebied en de vleugeldekveren.
Je wilt geen vage, vale kleur. Je wilt een rijke, diepe tint die bijna zwart is, maar toch de specifieke kleur van het ras laat zien, zoals blauw, rood of geel. Denk aan de diepe, donkere kleur van een goed glas portwijn.
Dat is wat je zoekt. Diepte geeft de duif uitstraling en klasse.
Een duif met vale kleuren oogt slapper en minder vitaal, terwijl een diep gekleurde duif direct kracht uitstraalt. De kleurdiepte wordt bepaald door twee dingen: de genetische basis en de verzorging. De genen bepalen het 'potentieel' van de duif. Sommige duiven zijn nu eenmaal geboren met de aanleg voor diepe kleur.
Maar verzorging is de sleutel om dat potentieel te benutten. Een goede voeding, de juiste huisvesting en een zorgvuldige rui zijn essentieel.
Zonder goede verzorging zal een duif met perfecte genen nooit zijn volle kleurtonen laten zien. Het is een combinatie van goede genetische basis en topverzorging. Vergeet ook de verenstructuur niet.
Een goede kleurdiepte komt pas echt tot zijn recht bij een fijne, gesloten verenstructuur. De veren moeten strak aansluiten, glad en glanzend zijn.
Een open of ruwe verenstructuur laat licht door de kleur heen waardoor deze minder diep en vaal overkomt. Je fokt dus niet alleen op kleur, maar ook op de kwaliteit van de veren.
De genetische basis: de juiste bouwstenen
Om te beginnen moet je weten dat kleurdiepte bij de Zuid-Duitse Schildduif vooral draait om het 'blauw' factor.
Zelfs als je rode of gele schildduiven fokt, is de basis diepte vaak afgeleid van de blauwe lijnen. De meeste fokkers werken met zogenaamde 'donkere' of 'zwarte' factor duiven om diepgang te creëren.
Dit betekent niet dat je pure zwarte duiven moet fokken. Integendeel. Je gebruikt de genen van donkere duiven om de kleur in je gekleurde schildduiven te intensiveren. Een veelgebruikte techniek is het kruisen van een donkere duif (bijvoorbeeld een donkere blauwe) met een lichtere gekleurde schildduif. De nakomelingen zullen vaak die gewenste diepte tonen.
De klassieke Zuid-Duitse Schildduif heeft een specifieke tekening: de schouders (schouderschilden) zijn fel gekleurd, terwijl de rest van de vleugel lichter is, de zogenaamde 'schouderveren'.
De rug is donker. De kleurdiepte moet vooral in die schouderschilden en de rug zitten. Net als bij de uiterlijke kenmerken van Vlaamse Kroppers, selecteer je bij het fokken op duiven die deze tekening perfect vertonen, mét de diepte.
Let op: een duif met een perfecte tekening maar vale kleur is minder waard dan een duif met iets minder perfecte tekening maar prachtige diepe kleur, zoals bij de kleurrijke Archangel duif. De kleur is het belangrijkste raskenmerk.
Een handige vuistregel van ervaren fokkers is: 'fok dieper dan je zelf denkt nodig te zijn'.
Dit betekent dat je altijd moet selecteren op de diepste kleuren in je duiven. Als je twee duiven hebt, waarvan er een net iets dieper gekleurd is dan de ander, kies dan voor die diepere. De volgende generatie zal daar de vruchten van plukken.
Vergeet niet dat de kleur van de duif in de winter, na de rui, het echte beeld geeft. In de zomer kan de zon de kleur wat lichter maken.
Praktische fokkerij: selectie en koppelingen
Het fokseizoen begint al in de winter. Als de rui voorbij is, ga je je duiven selecteren.
Dit is het moment dat je de echte kleur ziet. Pak elke duif apart en bekijk hem bij daglicht, liever nog bij bewolkt licht, want direct zonlicht kan bedriegen. Kijk naar de schouderkleur, de kleur op de rug en de stuit. De kleur moet egaal en diep zijn.
Bij een blauwe schildduif mag er geen bruin of rood doorheen zitten. Bij een rode schildduif moet het rood fel en intens zijn. Wees streng.
Verkopen of verwijderen van duiven die niet aan je standaard voldoen, is pijnlijk maar noodzakelijk voor je fokprogramma.
De koppeling is een schaakspel. Je probeert de juiste eigenschappen bij elkaar te brengen. Wil je meer kleurdiepte?
Koppel dan je beste tekening aan een duif die misschien iets minder mooi getekend is, maar dieper van kleur is. De nakomelingen zullen vaak de diepte van de ene ouder en de tekening van de andere overnemen.
Een klassieke fout is het koppelen van twee duiven die exact hetzelfde zijn. Dit versterkt niet alleen de goede punten, maar ook de kleine foutjes. Een lichte variatie in kleur of tekening bij de ouders kan helpen om de perfectie te benaderen.
Let bij de selectie van jonge duiven al direct op de kleur.
De kleur van een jonge duif is vaak nog niet op zijn diepst, maar je kunt al zien of de basis goed is. Een jonge duif die er vaal of bruinig uitziet, gooi je eruit.
De kleur moet direct 'zuiver' zijn. Vanaf een maand of vier, na de eerste verenwissel, kun je de kleur beter beoordelen.
Dit is het moment om je selectie voor het volgende jaar te maken. Houd alleen de allerbesten over voor de fok.
Verzorging voor maximale kleur
Zoals gezegd, genen zijn de basis, maar verzorging is de sleutel. Voeding is alles.
Je duif kan de mooiste genen hebben, maar als hij slecht voer krijgt, zal de kleur dof worden. Gebruik een goed kweek- en sportmengsel dat rijk is aan mineralen en vitaminen. Vooral zwavel en methionine zijn cruciaal voor de kleur. Veel fokkers voegen in de rui en kweek extra toe.
Denk aan producten als 'Rupurim' of andere vitaminecomplexen die specifiek voor duiven zijn ontwikkeld. Een scheutje levertraan in het water of over het voer doet ook wonderen voor de glans.
De huisvesting speelt ook een rol. Een schone, droge duivenhok is essentieel.
Vuil kan leiden tot huidschimmels en andere aandoeningen die de veren aantasten en de kleur aantasten. Zorg voor voldoende ventilatie, maar tochtvrije hokken. Een te vochtig hok zorgt voor doffe veren en kan leiden tot gezondheidsproblemen.
Een te droog hok kan de veren broos maken. De ideale temperatuur ligt tussen de 10 en 15 graden Celsius in de winter, en niet te heet in de zomer.
Een goed klimaat zorgt voor een gezonde duif en dus een diepe kleur. Tenslotte, de rui. De rui is de periodieke vernieuwing van het verenkleed.
Zorg dat je duiven in topconditie zijn tijdens de rui. Rust is dan heel belangrijk.
Probeer de duiven in deze periode niet te laten vliegen of te koppelen. Geef ze de tijd en de rust om nieuwe, diepe veren te ontwikkelen.
Een duif die tijdens de rui te zwaar belast wordt, zal een doffe en vaak misvormde vacht krijgen.
Na de rui moet je de duif de tijd geven om weer op kracht te komen voor de eventuele vluchten of de volgende kweek.
Modellen en prijzen: wat kun je verwachten?
De Zuid-Duitse Schildduif kent verschillende kleurslagen, maar de meest bekende zijn de blauwe, rode en gele schildduif. Daarnaast zijn er de 'zwarte' schildduif,
