Waarom duiven vaker krabben tijdens de ruiperiode

Portret van Wim Hendriksen, Duivensport Expert & Fokker
Wim Hendriksen
Duivensport Expert & Fokker
De Rui & Verenkleed · 2026-02-15 · 7 min leestijd

Een duif die constant aan zijn veren zit, krabt aan zijn vleugels of met zijn snavel in zijn nek peutert. Het is een beeld dat elke duivenhouder herkent, vooral in de nazomer en herfst.

Je eerste gedachte is misschien: "Heeft die beestje jeuk? Een teek? Een schimmel?" Maar meestal is er niets aan de hand. Integendeel zelfs. Dit is het moment dat de rui langzaam op gang komt.

Het is een prachtig en soms chaotisch proces waar je duif maandenlang mee bezig is.

Het krabben is niet zomaar een kriebel; het is een essentieel onderdeel van het onderhoud van zijn kostbaarste bezit: zijn verenkleed.

De rui: de grote schoonmaak van het verenkleed

Voordat we ingaan op het krabben, moeten we even stilstaan bij wat de rui eigenlijk is. Stel je voor dat jij je kleren eens in de drie jaar zou vervangen.

Je duif doet dit elk jaar, en soms zelfs vaker. De veren op vleugels en staart zijn na een jaar intensief vliegen, trainen en wedvluchten gewoon op.

Ze zijn beschadigd, minder waterafstotend en minder aerodynamisch. De rui is de natuurlijke cyclus waarbij de oude veren uitvallen en nieuwe, frisse veren doorkomen. Dit proces kost enorm veel energie.

Je duif is eigenlijk een bouwputje op kleine pootjes. De rui begint altijd bij de kleinste veren, de zogenaamde dekveren.

Je ziet het aan de "pennen": de uiteinden van de grote vleugelveren. Als de eerste pennen loslaten, weet je dat het zover is. De staart is vaak het laatste dat vernieuwd wordt. Dit hele traject kan vanaf juli tot soms januari duren, afhankelijk van het ras, de leeftijd en de conditie van je duif. Een jonge duif die voor het eerst ruit, doet dat vaak sneller en in een meer vast patroon dan een oude doffer die wat rommelig kan ruien na een zware wedvluchtseizoen.

Waarom krabben nu juist zo belangrijk is

Het krabben tijdens de rui is pure noodzaak. De oude veersteel zit muurvast in de huid. Als de nieuwe veer eronder groeit, breekt de verbinding en begint de oude veer los te laten.

Dat voelt voor de duif als een jeukende, prikkelende druk. Door te krabben en met de snavel aan de veer te peuteren, helpt de duif het uitvalproces te versnellen.

Het is vergelijkbaar met hoe jij aan een losse nagel peutert; je kunt het niet laten. Dit is de manier waarop de duif de natuurlijke cyclus een handje helpt.

Maar het is meer dan alleen maar een losse veer verwijderen. Tegelijkertijd poetst en borstelt de duif de nieuwkomers. Kijk maar eens hoe hij een pas doorgekomen pennaald tussen zijn snavel neemt en erlangs strijkt.

Daarmee verwijdert hij het velletje dat om de nieuwe veer heen zat en zorgt hij dat de barbs (de kleine haakjes aan de veer) goed loskomen.

Dit is cruciaal voor de waterafstotende werking en de isolatie. Een goed onderhouden veer is het verschil tussen een duif die na een regenbui als een natte kip landt of er droog en fris bij zit. Zonder dit krabben en poetsen krijg je een slordig, open verenkleed dat niet voldoende beschermt tegen de elementen. Een ander belangrijk aspect is de controle op parasieten.

Tijdens het krabben en poetsen maakt de duif gebruik van de olie uit de klier bij de staartbasis. Die olie verspreidt hij over zijn veren.

Dit proces van krabben en oliën houdt de huid soepel en de veren in topconditie.

Tegelijkertijd merkt de duif direct of er iets mis is. Een jeukende schimmelplek of een lastige veermijt zal hem extra doen krabben op die specifieke plek. Het is dus ook een vorm van lichamelijke inspectie.

De energie die het kost: een kwestie van bijtanken

Je kunt het je bijna niet voorstellen, maar de aanmaak van één enkele grote penvleugel kost evenveel energie als het leggen van een ei. En je duif heeft er wel 10 of 12 om te vervangen! Tel daar de ontelbare dekveren bij op en je begrijpt dat je duif in de rui een energieverslindend monster is.

Het krabben en poetsen kost ook nog eens extra calorieën. Daarom is het zo belangrijk dat je in deze periode je voeding aanpast en let op gezonde vetten en oliën.

Stop met spelen en wedvluchten. Je duif kan het simpelweg niet hebben.

Een duif die in de ruiperiode niet voldoende krabt, kan problemen krijgen. De oude veren blijven te lang zitten en blokkeren de groei van de nieuwe. Dit leidt tot misvormde veren, de zogenaamde "kromme pennen", die de duif de rest van zijn leven bij zich draagt.

Zo'n kromme pen zorgt voor een kapotte vleugel en een enorme aerodynamische achterstand op de vlucht.

Door actief te krabben voorkomt de duif deze problemen. Het is een teken van gezondheid en inzet.

De juiste voeding en supplementen voor de rui

Om al dat krabben en vernieuwen mogelijk te maken, heeft je duif brandstof nodig. Veel eiwitten en aminozuren. Tijdens het wedstrijdseizoen geef je misschien een lichter mengel met veel maïs en parelhoen voor energie.

In de rui schakel je over op een zwaarder, eiwitrijk voer. Denk aan mengelingen als "Rui" of "Kweek" van bekende merken als Beyers of Versele-Laga.

Hierin zit meer erwten, kikkererwten en bonen. Je kunt dit aanvullen met losse kikkererwten of kleine erwten.

Geef deze extra's het liefst 's avonds, zodat de duif ze de hele nacht kan verteren. Naast voer zijn mineralen en grit onmisbaar, zeker bij de voeding tijdens de rui. De aanmaak van veren bestaat immers voor een groot deel uit keratine en calcium.

Zorg dat ze altijd toegang hebben tot een goede mineralenmix, bijvoorbeeld die van Gervit-R of de klassieke B.K.M. van Beyers.

Voeg eens per week wat eierschilfers toe aan het grit. Dit is een makkelijke bron van calcium en bouwstoffen. Een goed ruimhok met voldoende gritbakken is essentieel. Reken op een investering van zo'n €8,- tot €15,- per maand voor goed voer en supplementen voor een hok van 40 duiven.

Extra ondersteuning met vloeibare middelen

Er zijn tal van producten die beloven de rui te versnellen. In de praktijk werken sommige dingen weldegelijk.

Een aanvulling met een multivitamine-siroop, zoals "Cest-Bon" of "Oropharma Fit-Powder" (poeder dat je door het voer mengt), kan helpen.

Deze middelen zorgen dat de duif de stress van de rui beter aankan. Een bekend middel is "Rui-Druppels" van diverse merken. Ze bevatten vaak jodium en B-vitaminen die de schildklier stimuleren, een klier die cruciaal is voor de verenontwikkeling.

Prijzen voor deze extra's variëren. Een flesje ruimdruppels van 250ml kost rond de €12,- en gaat een tijdje mee. Een pot poeder van 200 gram kost ongeveer €15,-.

Je hoeft dit niet de hele rui te geven, maar een kuur van 10 dagen aan het begin van de zware rui kan wonderen doen, zeker wanneer je te maken krijgt met een bloedende pen bij je duif.

Let wel op dat je niet overdrijft. Te veel supplementen kunnen de nieren belasten. De basis blijft gewoon goed, ruim voer en schoon water.

Wat kun je als duivenhouder doen?

Je rol als duivenhouder tijdens de rui is die van een rustige gastheer.

Het allerbelangrijkste is rust. Geen vervoer, geen trainingen en al helemaal geen wedvluchten. Een duif die net een pen is verloren op een vlucht, is zijn voorsprong kwijt en loopt bovendien blessures op. Focus je op het hok.

Zorg dat het schoon en droog is. Een vochtig hok met tocht is de grootste vijand van een ruimende duif, maar vergeet niet dat regelmatig baden tijdens de rui juist essentieel is.

Een koude tocht door de veren die nog niet goed sluiten zorgt voor verkoudheid en verlies van conditie.

Houd je duiven in de gaten. Krabben is normaal, maar extreem krabben dat leidt tot kale plekken is dat niet. Controleer op rode mijt.

Deze plaagdieren zijn 's nachts actief en zuigen bloed, wat leidt tot jeuk en bloedarmoede. Controleer snavels en poten op schurft.

Een duif die constant met zijn poot krabt en zijn snavel aan de stokken poetst, heeft waarschijnlijk last van pootschurft. Dit is makkelijk te behandelen met een zalfje van de dierenarts of een duivenspeciaalzaak. Een tube zalf kost een paar euro.

Een schone drinkbak is goud waard. Ververs

Portret van Wim Hendriksen, Duivensport Expert & Fokker
Over Wim Hendriksen

Wim is duivenhouder en wedvluchtorganisator met 25 jaar ervaring in de Nederlandse duivensport. Hij heeft duizenden kilometers wedstrijden meegemaakt en deelt zijn kennis over fokken, verzorging en sport.